terug

Lezing gehouden op 26 april 2012 tijdens het symposium "Vreemden in het vizier".

De lezing door René Kok, Image Researcher bij het NIOD had als thema: "Hoe ziet de bezetter de plaatselijke bevolking en andersom? Foto's van Duitse soldaten in Nederland en heimelijk genomen foto's van de bezetter tijdens WOII."

Het symposium vond plaats in het kader van de opening van de tentoonstelling "Vreemden in het vizier. Fotoalbums van Duitse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog" in het Legermuseum, Delft.

 

 

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 staan op een Duitse vliegveld niet ver van de Nederlandse grens zes compagnieën Fallschirmjäger [Paratroopers] klaar. De Fallschirmjäger zijn gespecialiseerd in verrassingsaanvallen ver achter de vijandelijke linies en zullen een belangrijke rol in de Duitse aanval op Nederland spelen. De speciale eenheden moeten in Den Haag in één klap de koninklijke familie, de regering en de generale staf gevangen nemen. Het is een mooie zonnige vrijdag. Bij de Junker 52 toestellen verzamelen zich groepjes parachutisten. De stemming is goed. Van enige spanning is weinig te merken. Waar zouden ze bang voor moeten zijn. Ze behoren tot het modernste leger ter wereld en hun opdracht is de verovering van een klein landje aan de Noordzee. Na eerdere successen in Polen zijn de mannen vol zelfvertrouwen. Een van hen pakt zijn camera en legt het historische moment vast. Dat hoeft niet stiekum te gebeuren. Hitlers soldaten worden door de legerleiding juist aangemoedigd foto's te maken. Het zijn grootste tijden en die moeten voor later worden vastgelegd. Aan boord maakt de soldaat een foto van zijn opgewekt kijkende kameraden.

Ook na de landing van de Fallschirmjäger wordt de camera tevoorschijn gehaald. Op het landingsterrein - gemarkeerd door een van parachutes gemaakte swastika worden de eerste Nederlandse krijgsgevangenen gefotografeerd.

 

Diezelfde ochtend trekken soldaten van de Wehrmacht de oostgrens over.Ook hier verwachten de militairen geen zwaar verzet van het Nederlandse leger.

Op deze foto ,die een Duitse soldaat maakte van het moment dat zijn onderdeel op de fiets de grens passeert, rookt één van zijn kameraden nog rustig een pijp. Er bestaan maar weinig fotos van de Duitse inval in mei 1940. De Duitse propaganda stuurde zijn PK-Berichter liever naar het diezelfde dag aangevallen Frankrijk en België en het Nederlandse leger had geen oorlogsfotografen. De fotos van gewone Wehrmacht soldaten die met hun eenvoudige camera de veldtocht vastlegden onder het motto Photos, die Verbindung zwischen Front und Heimat [Foto's, de verbinding tussen het Front en thuis] zijn dan ook van historisch belang.

Nog een aantal voorbeelden. Op veel foto's van Duitse soldaten uit mei 1940 zijn opgebrachte Nederlandse krijgsgevangenen te zien. Vernederingen zijn geen uitzondering. De Duitse opmars verloopt zo voorspoedig dat Duitse soldaten in Breda rustig een biertje kunnen drinken.

Op 14 mei bereiken Duitse eenheden het strand van Hoek van Holland. Hoe nu verder? De landkaart van Nederland moet uitkomst brengen. Diezelfde dag geeft het Nederlandse leger zich over.

In Haarlem poseren Duitse en Nederlandse militairen. Een opvallende foto. De Nederlandse soldaten nemen een zelfbewuste houding aan. Zij hebben de oorlog niet verloren. Aan hen heeft niet gelegen.

 

Vanaf 15 mei 1940 is Nederland bezet door de Wehrmacht. De aanwezigheid van de meer dan 100.000 geüniformeerde Duitse soldaten op straat maakt de Duitse overheersing zichtbaar voor de Nederlandse bevolking.

Duitse militairen worden onderbracht in gevorderde gebouwen of op boerderijen, waar ze na hun dienst best een handje willen helpen op het land. De Wehrmacht-soldaten proberen er het beste van te maken. Tijdens hun vrije uren gedragen ze zich als ongenode, maar tegelijk enthousiaste toeristen.

 

Nieuwsgierig nemen ze een kijkje in het op 14 mei 1940 gebombardeerde Rotterdam en poseren voor de St.Laurenskerk.

Populaire bestemmingen voor een dagje uit zijn het oude centrum van Amsterdam en het gezellige Volendam en Marken.Het levert prachtige plaatjes op voor het eigen fotoalbum. Voor weinig geld zijn er bij de legeronderdelen speciale herinneringsalbums te koop met voorop een zilverkleurige Duitse helm met de woorden Meine Dienstzeit [album tonen].

In eigen land zijn de jonge soldaten vaak niet verder gekomen dan hun eigen dorp of stad, maar in het gemoedelijke Nederland vergapen ze zich aan de molens, klompen en grachten. De zee hebben de meesten nooit gezien.

Een Engelse zeemijn trouwens ook niet. Waar de Duitse soldaten ook verschijnen, ze trekken altijd de aandacht van kinderen en tot hun genoegen zijn er in Holland er genoeg aardige meisjes die met ze op de foto willen.

De Duitse autoriteiten stimuleren de soldatenfotografie waar ze kunnen Op 15 oktober 1941 opent Reichskommissar Seyss-Inquart in Den Haag de tentoonstelling Der Soldat in Holland.

Soldaten van de Wehrmacht, Luftwaffe en Kriegsmarine kunnen hun in Nederland gemaakte fotos inzenden. Een selectie is te zien in het gebouw van de Hauptabteilung für Volksaufklärung und Propaganda.

De eenvoudige fotos van de Duitse soldaten, zijn nu interessante historische fotos geworden. Ze tonen hoe de Wehrmacht-militairen hun verblijf in het bezette Nederland zelf zagen. De oorlog leek ver weg. Later overgeplaatst naar één van de oorlogsfronten front waar hevig strijd werd gevoerd, zouden ze met weemoed terugdenken aan de aangename en ontspannen tijd als Soldat in Holland.

De Duitse militairen zijn niet de enige amateurfotografen die de bezetting van Nederland fotograferen.Nederlanders met een fototoestel, hoe eenvoudig vaak ook, leggen op hun beurt het optreden van de Duitse overheerser vast.

Er bestond in de eerste maanden van de bezetting onzekerheid over wat onder de nieuwe omstandigheden nu wel en niet gefotografeerd mocht worden. Om aan alle onduidelijkheid een einde te maken kwam Reichskommissar Seyss-Inquart begin augustus 1940 met richtlijnen. Hij bepaalde dat er in de buitenlucht vrij kon worden gefotografeerd, met uitzondering van Duitse militaire installaties of plaatsen waar Duitse militairen waren ondergebracht zoals hier in Delft. ( het verbod maakte kennelijk weinig indruk)

Het is een dan ook hardnekkig en nog altijd veelgehoord misverstand dat fotograferen tijdens de bezetting verboden zou zijn. Pas op 20 november 1944 zouden de Duitsers een verbod afvaardigden voor het maken van opnamen in de open lucht. Voornaamste reden voor deze maatregel was de opmars van de geallieerde troepen, die in de maand september van dat laatste oorlogsjaar ook Nederlands grondgebied hadden bereikt. Foto's zouden de vijand gemakkelijk gedetailleerde informatie kunnen geven over de Duitse posities.

In de eerste oorlogsjaren kon er dus wel degelijk gefotografeerd worden op straat. Gewone Nederlanders gebruiken hun fotocamera om een Duitse wachtpost in Middelburg of leden van de Luftwaffe op een terras in Amsterdam te fotograferen. Zolang individuele militairen daar geen bezwaar tegen maken, is dat gewoon mogelijk. Het zo openlijk fotograferen van de bezetter gebeurt vooral in het eerste jaar van de bezetting. Aan de aanwezigheid van Duitse militairen is de bevolking snel gewend geraakt. De Duitse soldaten hebben opdracht gekregen van hun superieuren zich correct en vriendelijk ten opzichte van de Nederlandse burgers te gedragen. Vriendelijk lachend laten de nieuwe vrienden zich fotograferen, zoals hier op de Afsluitdijk in juni 1940

Maar onder invloed van militaire tegenslagen en het toenemende verzet laten de Duitsers hun vriendelijke gezicht varen en wordt de bezetting grimmiger. Nederlandse burgers zijn dan een stuk voorzichtiger met het fotograferen van de bezetter. Vaak gebeurt dat in een split second vanachter het raam van de eigen woning.

Een fraai voorbeeld hiervanis deze foto die eind 1940 Amsterdam gemaakt is van marcherende Duitse soldaten in de hoofdstad.

De amateurfotograaf voorzag zijn foto na de oorlog van het volgende bijschrift: Wir fahren gegen Engeland. Toen nog onschuldig gezang, nog geen razzias. Er waren altijd Hollanders die met open monden keken naar dat fraais.
Ook aangrijpende gebeurtenissen zoals een razzia in het kader van de Arbeitseinsatz worden vanuit de veilige beslotenheid van de huiskamer gefotografeerd.

Het zijn technisch geen perfecte opnamen, maar dat is gezien de omstandigheden waaronder ze werden gemaakt niet verwonderlijk. Het behoeft geen betoog dat het historische belang van deze amateurfotos groot is. Vanzelf sprekend waren foto's als deze niet te zien in de onder Duitse censuur staande kranten en tijdschriften. Dat geldt ook voor de razzia's op Joden. Gewone Nederlanders fotograferen met gevaar van arrestatie door de Duitse politie het oppakken van Joodse Nederlanders. Een indrukwekkend voorbeeld is deze foto van 20 juni 1943.

In Amsterdam-Oost zijn de Duitsers op jacht naar Joden die zich niet hebben aangemeld voor deportatie. Op de hoek van het Krügerplein wordt deze opname gemaakt.

De maanden vanaf september 1944 tot aan de bevrijding in mei 1945 zijn de meest donkere uit vijf jaar bezetting. Het leven in bezet Nederland wordt in deze periode bepaald door honger en terreur. Als gezegd voerden de Duitsers in het najaar van 1944 een fotografeerverbod in. In het laatste oorlogsjaar reden ze meedogenloos op. Dat weerhoudt moedige Nederlandse amateurfotografen er niet van het misdadige optreden van de Duitse bezetter heimelijk te fotograferen.

Vanonder de jas werd eind 1944 in Veenendaal het steeds massaler oppakken van jonge mannen gefotografeerd. De plaatselijke Albert Heijn heeft zijn deuren al lang gesloten.

In Amsterdam maakt fotograaf Holtzappfel deze beroemd geworden foto van een razzia in de verlaten straten van Amsterdam-Zuid. Bijzonder zijn de fotos van de Arnhemmer P.J de Booys, eigenaar van een fotowinkel. 

In het geëvacueerde en daarmee verboden Arnhem fotografeert hij vanuit uit een verlaten huis hoe Duitse militairen woonhuizen plunderen. De opbrengst van de rooftocht is bestemd voor Duitse burgers in het door bommen getroffen Düsseldorf.

Zelfs executies worden met gevaar voor eigen leven heimelijk gefotografeerd. In Rotterdam zijn in 1944 een Duitse deserteur en vier Nederlanders geëxecuteerd omdat ze naar een Engelse radiozender hebben geluisterd. De lijken van de slachtoffers blijven als waarschuwing enige tijd op straat liggen. Een politieagent en Duitse militairen bekijken de doodgeschoten mannen. Een amateur-fotograaf heeft de foto onopgemerkt temidden van omstanders gemaakt.

Na de capitulatie van het Duitse leger op 5 mei 1945 gaan de Nederlandse amateurfotografen zich weer openlijk de straat op om de langverwachte bevrijding vast te leggen.

De laatste rolletjes film zijn voor dit heugelijke moment bewaard. Naast vrolijke bevrijdingsbeelden, wordt met genoegen het ontwapenen en afvoeren van de verslagen vijand vastgelegd.

Het levert fraaie fotos op. Maar voelde, zoals we zagen in mei 1940, niet iedere Nederlandse soldaat zich verantwoordelijk voor de nederlaag, nu zijn er Duitse soldaten die zich onaangedaan tonen.

 

Conclusie

Ook in het bezette Nederland geven Duitse militairen gehoor aan de oproep van de legerleiding om hun ervaringen als soldaat in Hitlers leger te fotograferen De foto's uit revolutionaire tijden zijn een herinnering voor later. Het is leven in de eerste oorlogsjaren is zichtbaar aangenaam in het kleine Nederland. De verschrikkingen van de oorlog zijn ver weg.

De Duitse propaganda maakt graag gebruik van de soldatenfoto's. Ze benadrukken dat in het bezette Nederland alles rustig is. Van historisch belang zijn vooral de foto's die Duitse militairen maken van de zogenoemde Veldtocht in Nederland in mei 1940. Deze foto's vullen het bestaande beeld van de meidagen vanuit een opmerkelijk perspectief aan.

Nederlandse amateurfotografen leggen op hun beurt de Duitse bezetter vast. Dank zij hun onvolprezen inspanningen  kunnen destijds voor de Duitse machthebbers ongewenste themas als de jacht op Joden, razzias, plunderingen en executies in beeld worden gebracht.

Eindig ik mijn presentie met een van mijn favoriete Nederlandse amateurfoto's uit de jaren 1940-1945 .

Een foto van drs. H. Bongers uit Bilthoven. In de zomer van 1942 gemaakt op het station van zijn woonplaats.