terug

Glamourportret

Bladerend door het fotoalbum van Frans Smits blijft het oog hangen bij een glamourportret uit 1954 van de Haagse societyfotograaf Bol Frequin. Frans en zijn vrouw Nettie hebben net de ontvangst van de Ethiopische keizer Haile Selassie in de Ridderzaal bijgewoond en poseren gewillig tussen de gedrapeerde gordijnen. Uit de foto spreekt stijl en ambitie. Het echtpaar Smits weet zich te bewegen in de hoogste kringen en Frans en Nettie zijn regelmatig te gast bij diners, ontvangsten en officiële gelegenheden. Op basis van zijn bijzondere positie op het ministerie van Defensie, hij is ontwerper en esthetisch adviseur, worden voor Smits vele deuren geopend die voor anderen gesloten blijven. Voor een professioneel observator als Frans Smits moet dit een fantastische tijd zijn geweest. Dagelijks kwam hij in aanraking met allerlei aspecten van de Nederlandse militaire traditie. Dit alles in een tijd dat de rol van de krijgsmacht in de samenleving een nieuwe invulling kreeg. Men was ongeduldig op zoek naar nieuwe stijlen en kleuren in de wat grijze en schrale periode van de wederopbouw en Frans Smits wilde niets liever dan daar voor zorgen. Als kind stond hij al dagelijks bloot aan militaire zaken. Zijn vader was topograaf bij het ministerie van Oorlog. Een generaal was bij de familie ingekwartierd en de jonge Frans mocht meerijden op de paarden. Op school zag hij de schitterende schoolplaten van J. Hoynck van Papendrecht die zijn fantasie op hol brachten. Acht jaar oud is Frans als hij in 1923 door zijn ouders wordt meegevoerd naar het Legermuseum in Brussel. Het is dan ook niet vreemd dat zijn artistieke aanleg voor het eerst blijkt uit militaire figuren, getekend in de marge van de geschiedenisboeken op de lagere school. Het is de combinatie van onbevangen enthousiasme en mateloze fascinatie met de militaire wereld die Frans niet meer zou verlaten en zijn verdere leven zou bepalen.

Inspectie

Het is hier niet de plaats om het rijke leven van Frans Smits in uitgebreide zin te schetsen. In verschillende publicaties, waaronder het boek Veel veren! , is beschreven hoe Smits in vele opzichten bepalend was voor de aankleding van de krijgsmacht na 1945. Naast zijn puur militaire activiteiten in dienst van het ministerie van Defensie vond hij tijd om een lange reeks van losse opdrachten uit te voeren. Uniformontwerpen voor politie en wegenwacht, de speelstukken van het bordspel Stratego en herdenkingszegels: het is slechts een kleine greep uit de creaties van Frans Smits. Zijn finest hour beleefde hij wellicht tijdens Taptoe Delft, het militaire muzikale spektakel waarvoor hij de aankleding van de historische sc£nes verzorgde. Hier kon hij volledig zijn gang gaan en uiting geven aan zijn grote passie: het bewaken van unieke tradities. In al zijn werk wilde Smits zijn persoonlijke visie laten zien die steevast gebaseerd was op een stijlvolle interpretatie van het verleden. W ant het ging tenslotte om de show. Als tekenaar en ontwerper besefte Smits als geen ander dat enthousiasme van een publiek voornamelijk wordt opgeroepen door presentatie en uiterlijk vertoon. Wanneer hij zijn eigen rol kort wilde samenvatten noemde Smits zichzelf enigszins spottend de verpakker van de krijgsmacht . Deze kenschets zegt veel over zijn werk, want welke opdracht Smits ook uitvoerde, welke tekening hij ook maakte: het moest fraai zijn en een weerspiegeling vormen van kostbaar erfgoed, dat bewaard diende te blijven.

Zijn historisch besef en oog voor het kenmerkende detail komen op unieke manier samen in de militair-historische platen die Frans Smits voor het Legermuseum maakte. Het is niet toevallig dat hij pas op latere leeftijd aan deze serie begon. Het is aannemelijk dat een dergelijk werk pas tot stand kan komen na een leven lang verkeren in militaire kringen. Maar dan wel met scherpe blik. Tientallen jaren van ervaring en inzicht zijn verwerkt in de figuren die in statische rijen de Nederlandse militaire traditie vertegenwoordigen.

Lezend

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog vervaardigde hij een serie platen, waarop de uniformering van het Nederlandse leger in mei 1940 was vastgelegd. Deze techniek, om een historische ontwikkeling te tonen door een opeenvolging van verschijningsvormen in één tekening samen te brengen, zou Smits altijd blijven toepassen. Van zijn periode als vrijwilliger bij de Luchtwachtdienst, tijdens de mobilisatie 1939-1940, kende hij de kapitein Evers die getrouwd was met een dochter van de uitgever Sijthoff. Via dit contact werd Smits gevraagd illustraties te maken voor de populaire serie boekjes met nuttige kennis, algemeen bekend onder de titel 'Wie Wat Waar?'. Ook deze uitdaging was voor Smits gesneden koek. Hij produceerde vele tekeningen waarop niet alleen militaire zaken stonden afgebeeld, maar allerlei aspecten van het openbare leven in historisch perspectief werden geplaatst. Hoe zien de Nederlandse watertorens eruit? W elke kleding dragen de verschillende kloosterorden? W elke koperen blaasinstrumenten zijn er? Hoe zag een postbode er vroeger uit? De redactie kon het niet zo gek verzinnen of Smits tekende het.

Veel van zijn vrije werk maakte Frans Smits voor het Legermuseum te Leiden. In het voormalige Pesthuis was hij een graag geziene gast en er kon geen project of tentoonstelling worden voorbereid of Smits gaf adviezen, maakte ontwerpen of probeerde voorwerpen te redden die in een depot van Defensie verloren dreigden te gaan. Hij hield van de sfeer van kameraadschap en speelde graag het spel van kwajongens die een stug plan bedenken en iets moois maken. Samen met conservatoren, vrijwilligers, bestuurders en oud-militairen wilde hij bouwen aan een stijlvol museum, waar de collectie van de militaire traditie veiliggesteld kon worden. In het jaarboek Armamentaria vond hij een platform om zijn opvattingen uit te dragen. Op zijn favoriete manier, in de vorm van tekeningen en impressies, wilde hij de waarde van de studie van de militaire historie bewijzen. Samen met geestverwanten als Fred de Wilde droeg hij deze boodschap uit als een pionier en ontdekkingsreiziger tegelijk.

Het gezin Smits

Het spreekt vanzelf dat de gedrevenheid van Frans Smits niet alleen tot uiting kwam in zijn kantoor op het Ministerie of de zalen van het Legermuseum. Het gezin van Frans, naast zijn vrouw Nettie de zonen Frans en Eric, werd in zijn enthousiasme meegevoerd. Het zal voor hen niet altijd makkelijk zijn geweest om de passies van hun vader te volgen. Anderzijds voelden zij zich, net als hem, als een vis in het water; de militaire traditie werd letterlijk met de paplepel ingegoten. Een kenmerkende foto uit 1962 laat het gezin Smits zien op de binnenplaats van het Legermuseum. Vader Frans kijkt tussen de kanonslopen trots in de lens: hij is in zijn element.

Het militair-historische werk zou uiteindelijk uitmonden in een samenvattend overzicht van Nederlandse uniformering en bewapening. Zoals gezegd stonden deze tekeningen in een lange traditie. In 1985, na het onverwachte overlijden van zijn vrouw, begint Frans Smits op verzoek van vertegenwoordigers van het Wapen der Genie, aan een gekleurde tekening van gemengde techniek die de uniformering van de genie in beeld zou brengen. Hoewel Smits er niet veel zin in heeft stimuleert zoon Frans hem dit karwei met enthousiasme aan te pakken. Het zou de eerste versie worden van de bekende platen. Hoewel hij later besluit de figuren in een dubbele rij te formeren en de achtergrond minder nadruk te geven, heeft de Genieplaat al veel kenmerken van de latere uitklapplaten van Armamentaria. Een tweede vingeroefening is de serie uniformreconstructies van het Staatse Leger, verschenen in 1988. Ze vormen een prachtig voorbeeld van het motto van Smits: een persoonlijke visie gebaseerd op kennis van het verleden. Het vastleggen van de schaarse beschikbare gegevens in de vorm van een zwierige tekening. Wellicht eigent Smits zich als romanticus en begenadigd tekenaar allerlei vrijheiden toe, maar wat is daar eigenlijk tegen? Het is niet verrassend dat Smits de smaak te pakken had. Met de jubileumtekening ter gelegenheid van 175 jaar Slag bij Waterloo had Frans Smits zijn draai definitief gevonden. Het idee om de gehele geschiedenis van de krijgsmacht na 1815 een vergelijkbare behandeling te geven diende zich aan.

Het wapen der Genie
Toelichting bij het Wapen der Genie »
Het werd een jaarlijks terugkerend ritueel. De voltallige redactie van het jaarboek Armamentaria zat in gespannen verwachting in de vergaderzaal van het Legermuseum, dat inmiddels in Delft een stijlvol onderkomen had gevonden. Smits kwam binnen met zijn nieuwe gekleurde tekening, steevast gespannen op een stevig stuk karton. Bewonderende blikken en enthousiaste stemmen van iedereen. De aanwezigen voelden zich even opgenomen in de wondere wereld van Smits: zij mochten als eersten de nieuwe plaat zien.

Waar men slechts naar kon gissen was het aantal uren van ingespannen werk, dat Smits in de totstandkoming van de plaat had gestoken. In zijn werkkamer in Voorburg deed hij er ongeveer een jaar over om van een eerste schets een volledig ingekleurde tekening te maken.

Infanterie, cavalerie en Gele Rijders volgden elkaar op en ongemerkt bouwde Frans Smits aan een schitterend overzicht van de verschijningsvorm van de Nederlandse militair vanaf Waterloo.

Rozet, no.124499
Het rozet is door Isabel Ferrant samengesteld uit papieren soldaatjes, die ontworpen zijn door F.J.H.Th. Smits. Het rozet werd vervaardigd naar aanleiding van de presentatie in 2005 van het boek 'Was getekend', waarin de karakteristieke platen van uniformen, uitrusting en bewapening van de Nederlandse krijgsmacht die Smits voor het jaarboek Armamentaria vervaardigde.

Het is zeker dat Smits de nieuwe uitgave, zonder ergerlijke kleur- en formaatverschillen en vooral zonder vouwen, mieters vindt, omdat er op die manier meer aandacht komt voor de militaire traditie als integraal onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Het mag rustig gelden als een kroon op een leven lang werken aan de verpakking van de krijgsmacht en een fraaie uiting van een niet aflatend streven het waardevolle uit het verleden te bewaren.