Het OVW-bataljon 4(8)-RS was samengesteld uit leden van de Binnenlandse Strijdkrachten uit het gehele land. Via Engeland, waar het bataljon werd voorzien van de noodzakelijke uitrusting, vertrok het bataljon naar Indië. Daar de bevelhebber van het South East Asia Command (SEAC), de admiraal Mountbatten, vanaf 2 november 1945 een landingsverbod op Java en Sumatra voor Nederlandse troepen had ingesteld werd er uitgeweken naar Malakka. Dit verbod is in maart 1946 opgeheven. Op Malakka was het bataljon van 15 februari tot 9 maart 1946 ingedeeld bij de W-Brigade. In maart 1946 vertrok het bataljon naar Menado op Noord Celebes. Van daaruit zou het bataljon worden verdeeld over de Grote Oost om bewakingstaken te verrichten. Zo kwamen er delen van het bataljon te liggen in o.a. Menado, Morotai, Hollandia, Merauke. Sorong, Manokwari en Halmahera.
Vanaf juli werden de diverse onderdelen opgehaald en debarkeerde het bataljon op 23 juli op Bali. Hier werd het bataljon met Inf. X, XI en XII KNIL (Gadjah Merah) bijeengebracht in de Y-Brigade. Na de pacificatie van Bali vertrok het bataljon op 24 oktober naar Palembang. Deze plaats was gedeeltelijk in handen van de TNI. Stroef lopende onderhandelingen over de demarcatielijn deden de spanning oplopen. Op 31 december 1946 begon de slag om Palembang (operatie "Continentenplan"). Na een hevige strijd, waarbij de stoters vooral bij het Charitas ziekenhuis en op de Javabank zware gevechten leverden werd er, op 5 januari 1947, een wapenstilstand afgekondigd en werd de demarcatielijn vastgesteld.
Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, moest het bataljon Batoeradja, de kolenvelden bij Boekit Assam, Moearaenim en Lahat bezetten (Operatie Utrecht). Daar de opmars als gevolg van hevige oliebranden langs de weg naar Praboemoelih sterk werd vertraagd bleef het bataljon in de uitgangsstellingen te Kerapi. De dag daarop zette het bataljon de opmars in naar Batoeradja, dat na een moeizame tocht, ten gevolge van vele kapotte bruggen, werd bezet. Met een compagnie als bezetting te Batoeradja, die nog diverse aanvallen kreeg te verduren, ging de opmars op 26 juli verder richting Lahat. Diezelfde dag bereikte het bataljon Soegihwaran en de mijnen bij Tandjoeng Enim en Boekit Assam. Daarna ging het verder naar Lahat. Op 29 juli 1947 werd de actie beëindigd. Het bataljon kreeg het gebied tussen Lahat en Moearaenim als patrouillevak aangewezen. Op 1 juni 1948 werd het bataljon afgelost door 4-1 RI en vertrok het op 10 juni 1948 naar Batavia van waaruit het zou repatriëren.
Opgericht:
20-09-1945 te Weert
Vertrek Engeland:
30-11-1945 Aldershot
Vertrek Indië:
31-12-1945 a/b "Alcantara"
Aankomst Malakka:
29-01-1946 Chaah, Sagil
Aankomst Celebes:
19-03-1946 Menado,
21-03-1946 Morotai
Aankomst N-Guinea:
25-03-1946 Hollandia
Toegevoegd aan:
T.T.C. N-Celebes, Nieuw-Guinea, Noord-Molukken,
T.T.C. Bali-Lombok, *Zuid-Sumatra
Ingedeeld bij:
W-Brigade, *Y-Brigade
Actiegebied(en):
Grote Oost, Bali, *Palembang, *Lahat
Commandant:
Maj. A.J. van Raalte 20-09-1945/01-09-1946
Maj. A.A. de Lindt 01-09-1946/01-09 1947
Maj. P. de Kam 01-09-1947/10-08-1948
Gerepatrieerd:
21-06-1948 a/b "Indrapoera"
27-07-1948 aankomst Rotterdam
Omgekomen:
20 man